Evangelie

Het Evangelie van zondag 8 december 2019

Matteüs 3, 1-12. 2de zondag van de Advent (jaar A)

In die tijd trad Johannes de Doper op en predikte in de woestijn van Judea: “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij. Deze toch is het, die de profeet Jesaja bedoelde toen hij zei: een stem van iemand, die roept in de woestijn: bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.”
Johannes nu droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lenden. Zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.
Toen trok Jeruzalem, Judea en heel de Jordaanstreek naar hem uit en zij lieten zich door hem dopen in de rivier, de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden. Maar toen hij vele Farizeeën en Sadduceeën zag komen om gedoopt te worden, sprak hij tot hen: “Adderengebroed, wie heeft u voorgespiegeld, dat ge de dreigende toorn kunt ontvluchten?
Brengt liever vruchten voort, die passen bij bekering, en neemt niet een houding aan alsof ge bij uzelf zegt: Wij hebben Abraham tot vader!
Waarachtig, ik zeg u, dat God de macht bezit voor Abraham uit deze stenen kinderen te verwekken! Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen.
Elke boom dus, die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Ik doop u met water, opdat ge u zoudt bekeren.
Maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik, en ik ben niet waardig Hem van zijn sandalen te ontdoen.
Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan heeft Hij in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer grondig zuiveren; zijn tarwe zal Hij in de schuur verzamelen, maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur.”