Evangelie

Het evangelie van zondag 15 april 2018

Evangelie (Luk. 24, 35-48)

In die tijd vertelden de twee leerlingen wat er onderweg gebeurd was 
en hoe Jezus door hen herkend werd 
aan het breken van het brood. 
Terwijl ze daarover spraken, 
stond Hijzelf plotseling in hun midden
en zei:
“Vrede zij u.”
In hun verbijstering en schrik meenden ze een geest te zien. 
Maar Hij sprak tot hen: 
“Waarom zijt ge ontsteld 
en waarom komt er twijfel op in uw hart? 
Kijkt naar mijn handen en voeten: 
Ik ben het zelf. 
Betast Mij en kijkt: 
een geest heeft geen vlees en beenderen 
zoals ge ziet dat Ik heb.” 
En na zo gesproken te hebben, 
toonde Hij hun zijn handen en voeten. 
Toen ze het van vreugde en verbazing niet konden geloven, 
zei Hij tot hen:
“Hebt ge hier iets te eten?” 
Zij reikten Hem een stuk geroosterde vis aan; 
Hij nam het en at het voor hun ogen op. 
Hij sprak tot hen:
“Dit zijn mijn woorden, 
die Ik sprak toen Ik nog bij u was: 
Alles moet vervuld worden 
wat over Mij staat in de Wet van Mozes, 
in de profeten en in de psalmen.” 
Toen maakte Hij hun geest toegankelijk 
voor het begrijpen van de Schriften. 
Hij zei hun:
“Zó spreken de Schriften over het lijden en sterven van de Messias 
en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag, 
over de verkondiging onder alle volkeren, 
van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam. 
Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen.”