Evangelie

Het Evangelie van zondag 21 oktober 2018

Mc. 10, 35-45 (de 29e zondag in het B-jaar)

Toen kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, naar Jezus toe en zeiden: “Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij U vragen.”
Hij antwoordde hun: “Wat wilt ge dan dat Ik voor u doe?” Zij zeiden Hem: “Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerhand moge zitten.”

Maar Jezus zei hun: “Ge weet niet wat ge vraagt. Zijt ge in staat de beker te drinken die Ik drink en met het doopsel gedoopt te worden waarmee Ik gedoopt word?”
Zij antwoordden Hem: “Ja, dat kunnen wij.”
“Inderdaad”, – gaf Jezus toe – “de beker die Ik drink, zult gij drinken, en met het doopsel waarmee Ik gedoopt word, zult gij gedoopt worden; maar het is niet aan Mij u te doen zitten aan mijn rechter- of linkerhand, omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie dit is bereid.”

Toen de tien anderen dit hoorden, werden ze kwaad op Jakobus en Johannes.
Jezus echter riep hen bij zich en sprak tot hen: “Gij weet dat zij, die als heersers der volkeren gelden, hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen.

Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, moet aller slaaf wezen, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor velen.”